Visie
Mag je als leider twijfel tonen in tijden van verandering?

Lodewijk Gimberg
13 april 2026
Verandering roept onzekerheid op. Niet alleen bij teams, maar ook bij de leiders die hen erdoorheen moeten loodsen. De gangbare opvatting is lang geweest: leiders stralen zekerheid uit. Twijfel houd je voor jezelf. Maar klopt dat nog?

Er is de afgelopen tien jaar een fundamentele verschuiving gaande in hoe we naar leiderschap kijken. Waar de sterke, onwankelbare leider lang het ideaalbeeld was, groeit het inzicht dat authenticiteit en kwetsbaarheid juist krachtige leiderschapsinstrumenten zijn. Brené Brown heeft die beweging internationaal op de kaart gezet met haar onderzoek naar moed en kwetsbaarheid. Amy Edmondson deed hetzelfde vanuit een andere hoek met haar werk over psychological safety.
Het kernargument is helder: wanneer leiders toegeven dat ze niet alle antwoorden hebben, reageren teams met meer openheid en creativiteit. Edmondson's onderzoek laat zien dat psychological safety sterker doorwerkt op prestaties naarmate de onzekerheid groter is — precies omdat er in onzekere tijden meer dingen mis kunnen gaan en organisaties mensen nodig hebben die zich uitspreken.
De cijfers zijn overtuigend. Uit DDI's Global Leadership Forecast blijkt dat medewerkers ruim vijf keer meer geneigd zijn hun leiders te vertrouwen als die regelmatig kwetsbaarheid tonen. En dat vertrouwen stijgt nog verder wanneer leiders oprecht hun eigen fouten en tekortkomingen erkennen.
Maar: niet alle kwetsbaarheid werkt hetzelfde
Hier wordt het interessant. Want hoewel de "kwetsbaarheid is kracht"-boodschap de mainstream heeft bereikt, groeit er een belangrijke nuancering. Onderzoek naar leiderschap in verandering laat zien dat ongedifferentieerde kwetsbaarheid averechts kan werken. Leiders die te veel onzekerheid delen, versterken de angst in plaats van deze te verminderen.
De voordelen van kwetsbaarheid bereiken een plateau — en keren daarna om. Matige, gerichte kwetsbaarheid bouwt effectiever vertrouwen dan óf niets delen óf alles delen.
Het onderscheid zit in het type twijfel dat je deelt. En dat onderscheid is verrassend concreet.
Drie typen kwetsbaarheid — en hun effect
Over het proces — veilig
Toegeven dat je nog aan het leren bent. Vragen stellen. Fouten erkennen. Dit modelleert precies de leeroriëntatie die verandering van iedereen vraagt.
"Ik heb hier ook geen blauwdruk voor. Laten we het samen uitzoeken."
Over emoties — met mate
Delen hoe de verandering persoonlijk voelt. Effectief wanneer het de ervaring van het team normaliseert, niet wanneer het hen belast met jouw angst.
"Ik weet dat deze periode pittig voelt — ik voel het ook."
Over de uitkomst — risicovol
Twijfel uiten over de richting zelf. Dit ondermijnt het fundament van vertrouwen dat teams nodig hebben om in beweging te komen.
"Ik weet niet of dit de goede koers is" — dít is wat je niet hardop zegt.
Het verschil is subtiel maar wezenlijk. Twijfel over het hoe verbindt. Twijfel over het waarheen ondermijnt. Een leider die zegt "ik zoek ook nog naar de beste aanpak" laat zien dat het proces menselijk is. Een leider die zegt "ik weet niet of we de goede kant opgaan" geeft het team toestemming om af te haken.
Het spanningsveld: richting geven én onzekerheid toelaten
Hier raken we de kern. Leiderschap in verandering vraagt twee dingen tegelijk die op gespannen voet met elkaar staan. Je moet richting geven — dat vereist een mate van zekerheid. En je moet een leerklimaat scheppen — dat vereist dat je onzekerheid kunt toelaten.
Veel leiders ervaren dit als een spagaat. Je voelt dat je team je nodig heeft, nabijheid zoekt. Ze zijn onzeker, zoekend. Tegelijkertijd weet je dat de verandering door moet gaan. Dat vraagt van jou dat je de grens trekt tussen wat het team wil en wat er nodig is.
En dan is er nog een laag: jij staat zelf ook op die emotionele curve. Misschien niet op dezelfde plek — je bent eerder aangehaakt en hebt meer tijd gehad om het te verwerken. Maar ook jij kunt spanning en onzekerheid voelen.
De kunst is niet om die spanning te ontkennen, maar om bewust te kiezen welke onzekerheid je deelt — en welke je draagt.
Wat Brown's eigen nuance ons leert
Een detail dat in de popularisering van Browns werk vaak verloren gaat: ze maakt zelf een scherp onderscheid tussen kwetsbaarheid en grenzeloosheid. Haar punt is niet dat leiders hun ziel moeten blootleggen op de werkvloer. Haar punt is dat leiders culturen moeten bouwen waarin pantser niet beloond of vereist wordt om het werk te overleven. Dat betekent dat je jezelf de vraag moet stellen: deel ik mijn emoties om het werk, de relatie, de verbinding vooruit te helpen? Of ben ik mijn eigen issues en thema's aan het verwerken met iemand? De werkplek is daar niet de plek voor.
Dat is een fundamenteel ander frame — het verschuift de vraag van "moet ik mijn twijfel tonen?" naar "durf ik een klimaat te scheppen waarin ook ik niet alles hoef te weten?"
Dat is een wezenlijk verschil. Het eerste maakt kwetsbaarheid tot een individuele prestatie. Het tweede maakt het tot een eigenschap van de cultuur die je bouwt.
De twee valkuilen
Als de spanning hoog oploopt, zoeken leiders een uitweg. Niet bewust, maar als reflex. Die uitweg kent twee vormen.
De eerste is doorschieten in nabijheid: je verzacht, stelt uit, lost problemen op voor anderen. Je wordt meegezogen in de emoties van het team en verliest richting. Het voelt als empathie, maar het is vermijding.
De tweede is doorschieten in afstand: je trekt je terug, houdt het zakelijk, legt nadruk op kaders en koers. Je beschermt jezelf tegen het ongemak door de emotie te negeren. Het voelt als daadkracht, maar het is ook vermijding.
Beide reflexen zijn manieren om de spanning te ontwijken. De echte opgave is om ertussen te blijven staan — nabij genoeg om te voelen wat er speelt, begrensd genoeg om je koers niet kwijt te raken.
Wat betekent dit in de praktijk?
Concreet komt het neer op drie bewuste keuzes.
Wees helder over je rol. Niet impliciet, maar expliciet. "Ik ben hier om richting te geven, niet om jullie keuzes over te nemen." Duidelijkheid over waar jouw verantwoordelijkheid ligt en waar die ophoudt geeft het team de ruimte om eigenaarschap te pakken.
Blijf aanwezig bij ongemak. Als het spannend wordt is de neiging groot om te verzachten, te versnellen, of naar de oplossing te springen. Maar groei ontstaat in het ongemak. De leider die dat ongemak kan verdragen zonder in te grijpen, geeft het team iets dat geen enkele instructie kan bieden: de ervaring dat ze het zelf kunnen.
Laat zien dat je mens bent — binnen grenzen. Erken dat de weg naar het doel ook voor jou zoeken is. Erken dat het soms zwaar voelt. Maar twijfel niet hardop aan de bestemming. Het verschil tussen "ik zoek ook nog hoe we dit het beste aanpakken" en "ik weet niet of dit gaat werken" is het verschil tussen verbinding en ondermijning.
Groeien in je leiderschap
Leiderschap in verandering is niet kiezen tussen zekerheid en kwetsbaarheid. Het is leren om beide tegelijk te verdragen. Stevig genoeg om richting te houden. Menselijk genoeg om te laten zien dat de weg ernaartoe ook voor jou niet vanzelfsprekend is, maar dat je er samen wel komt.
Wie dat leert, ontdekt dat er voorbij de reflex — voorbij het redden én voorbij het afhaken — een derde positie bestaat. Een plek waar je volledig aanwezig bent én volledig koers houdt. Dat is geen balanceeract. Dat is leiderschap dat gegroeid is.
Gerelateerde artikelen

Visie
Slimme leiders luisteren naar hun gevoel

Lodewijk Gimberg
14 juli 2025

Visie
Hoe beperkende overtuigingen jouw succes saboteren

Lodewijk Gimberg
15 november 2024

Visie
Innerlijke dialoog: hoe je zelfgesprek je mindset en succes bepaalt

Lodewijk Gimberg
20 januari 2026
